326H_55d

Dieper in de eenzaamheid van Murakami

Overtuigend surrealisme, dat typeert het oeuvre van Japanner Haruki Murakami. In Mannen zonder vrouwen blinkt hij er opnieuw in uit. Een longread over deze nieuwe verhalenbundel en de vraag naar wat Murakami zo onweerstaanbaar maakt.

Ik las mijn eerste Haruki Murakami (1949) toen ik drie maanden met mijn vrouw in Congo woonde. Dat was niet alleen een ander land, ik waande me er op een andere planeet.

We woonden in een stad in het noordwesten van Congo en nergens in de omgeving, nooit in het alledaagse leven van de Congolezen, zag ik een punt uitsteken waaraan ik mijn leven kon vastknopen. Dus las ik, en schreef ik; en zo wist ik weer wie ik was. Norwegian Wood van Murakami hielp me bij mezelf te blijven. En is dat niet veelzeggend? Een Japanner bood een Nederlander in Afrika houvast.

Ik ben niet de enige. Murakami behoort tot de schrijvers met een grote schare fans. Ze liggen voor de deur van de boekhandel als er een nieuwe roman verschijnt. Ieder kruimeltje tekst wordt verslonden, in 42 talen. Hij trekt jonge lezers aan zich, maar ook ouderen. Japanse, maar vooral westerse. Hij vertelt verhalen, waarin nieuwe verhalen oppoppen, die weer leiden tot andere verhalen en verhalen-in-verhalen. Over alledaagse thema’s (meestal liefdesrelaties), maar altijd met een bizar sausje. Jaarlijks tippen de bookmakers hem als grote kanshebber op de Nobelprijs voor literatuur. Wie Murakami nog niet gelezen heeft, mist een belangrijke en vernieuwende stem in de literaire wereld.

(meer…)

Michael Phelps

Olympische Werken – gedachten over sport

Wie De Reünie met de olympiërs van 2000 heeft gezien, is waarschijnlijk net als ik gaan twijfelen aan de juistheid van het woord spelen in Olympische Spelen. Vooral het verhaal van judoka Edith Bosch was stuitend. De vernauwing van de wereld tot louter zichzelf en haar prestaties ging zo ver dat zelfs haar moeder haar niet meer herkende. Haar streven naar goud had niets meer te maken met het spel waar ze ooit verliefd op werd.

Ik pleit voor een nieuwe naam. Het moeten de Olympische Werken worden. Het is jammer, maar sporters zijn geen voorbeelden van levenskunstenaars. En door aan hun grootste toernooi de term ‘spelen’ te hangen, verspest de sport bovendien iets voor ons.

Dat zit zo. Je kunt de dingen in het leven op twee manieren zien. Er is werk en er is spel. Het eerste heeft instrumentele waarde, het laatste intrinsieke waarde. De werken (instrumentele waarde) doen we omwille van iets anders – huis betalen, gezin onderhouden, vakantiedagen sparen. Het doel van werken ligt niet in de activiteit, maar in wat de activiteit mogelijk maakt. Spelen daarentegen heeft intrinsieke waarde. Het doel ervan ligt besloten in zichzelf. De activiteit heeft waarde op zichzelf, ongeacht de waarde die er eventueel door beschikbaar komt.

De olympiërs leren ons helaas niet wat spelen, eerder wat werken is.

(meer…)

Compostella_Img6_419

Essay: Wij hebben pelgrims nodig

Ik zag Compostelle, een film van de Franse documentairemaker Freddy Mouchard. Tientallen pelgrims vertellen hun verhaal. Meteen had ik zin mijn backpack om te slingeren en te gaan. Maar ook om eindelijk eens te schrijven over de pelgrimage die ik in 2012 maakte.

Het is goed verhalen te vertellen, beter is het ze met je leven te schrijven. Vanuit dat kernmotief ontstond bij mij een jaar of acht geleden het plan om naar Santiago te vertrekken. In het interbellum tussen studie en werk wilde ik een witte vlag hijsen. Had ik vrede nodig? Ieder mens heeft vrede nodig.

Het avontuur sprak mij aan. Het trage ervan, de confrontatie, het zelfstandige en eenzame. Ik had een vrij romantisch beeld bij de camino – het pelgrimspad naar Santiago. In mijn uppie Nederland zien, België, Frankrijk en Spanje. Niets moeten. Nadenken. Reflecteren. God ontmoeten.

(meer…)

Herfstblad

Je doet wat je kunt

Herinneren, mooi woord is dat toch. Bij uitstek iets om je tijdens vakanties op toe te leggen, trouwens. De dingen die we ooit wisten, als een voor in het hart geploegd. Er woekert maar al te makkelijk onkruid, nietwaar? In de levenswijsheden die insloegen.

Ik las vanmorgen een Psalm. Dat doe ik soms. De woorden bikten een beeld. Van God, van zijn naam, die altijd blijft. Een draagbalk. Een peiler.

Mezelf plaatste ik in dat beeld gezeten op een herfstblad, gedreven op onvoorspelbare winden. Ik trotseerde de dingen die op mijn vlucht kwamen. Wat zou gebeuren gebeurde.

Het leven is een spel. Dat is wat ik mij herinnerde. Ik speel rollen, hoofd en bij. Ik win en val. Maar steeds is er de Grote Drager. Alles spelenderwijs proberen. Het hoeft niet perfect, gladjes, professioneel; als ik het maar doorleef. Het is beginnen – soms of vaak bluffend – en je doet wat je kunt.