Oude kloostergang, monastiek

Monastiek: niets moet!

‘Dat valt ons mooi ten deel.’ Toen ik drie jaar geleden met mijn vrouw naar Santiago liep, zeiden we dat geregeld tegen elkaar. Dat ging over de zon, een verbluffend uitzicht over zee, hele stukken pelgrimeren zonder anderen tegen te komen, een cafeetje dat al vroeg open was. Het is ook het zinnetje waarmee je de kloosterspiritualiteit kunt samenvatten.

Ik hoorde het pater Gerard Helwig geregeld zeggen in een interview dat ik eens met hem had. Hij was begin negentig, zeventig jaar monnik, en straalde van vreugde en wijsheid. Een relatie met God? Dat zat hem in de dingen die hem ten deel vielen. En als je er open voor staat, dan ‘gebeurt er nogal wat aan je’ – nog zo’n zin.

Donderdag ging het over Monastiek: anders missionair!? Wat valt dan op? In eerste plaats: wat mooi dat zoveel protestanten de monastieke traditie nieuw leven inblazen. Ten tweede: wat proberen ze hard te leren dat alles genade is.

Naast me zuchtte een vrouw. ‘Heerlijk’, zei ze veelbetekenend. Het ging over wat Jos Douma vertelde. Over een kloosterling uit Wittem die met tientallen andere religieuzen de gehele bijbel voorlas. Het NOS Journaal wilde weten wat hij hoopte ermee te bereiken. ‘Niks’, zei hij.

Dat niets moeten liep als een rode draad door de inspiratiedag. ‘Wij moeten niets’, zei ook iemand van Nieuw Sion (die gaan wonen in Abdij Sion) tegen mij – en hij sprak erover alsof hij zwaartekrachtgolven had ontdekt. Je gelooft je oren toch bijna niet? Hoeveel jaar reformatie vieren we binnenkort? Solo gratia. En dat dat nu pas doorsijpelt. En dat de monniken dat moeten leren.

Weg activisme. Hoewel? Monastiek, dat is gastvrijheid, dat is gedisciplineerd bidden, dat is tot het uiterste gaan voor je broeders en zusters. Maar niet omdat het moet. Maar omdat er liefde is.

‘Alles is genade, ook al is alles discipline’, zei Benoit Standaert gisteren bij monde van Douma. Maar discipline is iets anders dan moeten. Het is kaderen, zodat de dingen je ten deel kunnen vallen.

Lees meer

4__Sietske_Visser_en_Hinne_Wagenaar_61d

‘De kerk is niet mijn ideaal’

Hinne Wagenaar is pionier en predikant in de PKN. In 2012 begon hij in Jorwert met Nijkleaster.

“Mensen vragen altijd: waar staat dat klooster dan? Maar voor ons is Nijkleaster allereerst een beweging. Het gaat om mensen, de gebouwen volgen. We huren de dorpskerk en aan de andere kant van de straat is een kroeg. Daar doen we het mee. Voor de toekomst hopen we op een plek waar een kleine gemeenschap kan wonen, werken en bidden en waar we gasten ontvangen.

Er is geen leefregel en we weten ook niet goed hoe de toekomst eruit ziet. Dat zie ik niet als een zwaktebod. Wij bepalen niet vooraf wat Nijkleaster is. We willen open onderweg zijn en zien wat komt. Ik denk dat Benedictus en Augustinus ook geen regel hadden toen ze hun kloosters stichtten.

Het monastieke aan onze beweging zit ‘m er nu vooral in dat we niet voorschrijven hoe mensen moeten geloven. Het gaat hier niet om vormen, maar om de innerlijke gerichtheid en de openheid voor God. Dat trekt mensen naar Jorwert. Iedere woensdagochtend beginnen wij om half tien met een ochtendgebed in de dorpskerk. Dat gebed is al drie jaar hetzelfde. Daarna hebben we een wandeling, die uit drie delen bestaat: stilte, bezinning en verbinding. We verinnerlijken de bijbellezing uit het ochtendgebed en delen wat ons raakt. Daar komen tussen de vijftien en vijftig mensen op af.

(meer…)

Lees meer

Oudezijds100-Kapel_318

Modern klooster op de Amsterdamse Wallen

Zuster Rosaliene Israël is lid van Spe Gaudentes, de communiteit die de kerngroep vormt van gemeenschap Oudezijds 100 op de Amsterdamse Wallen.

“Spe Gaudentes bestaat uit elf mensen die zich met een gelofte voor het leven verbinden aan de communiteit. Een ‘actuele’ vorm van de traditionele monastieke geloften: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Wij willen vanuit het evangelie van Jezus Christus present zijn in de binnenstad van Amsterdam. Het gemeenschapsleven helpt om ons te richten op God, in verbinding met anderen. Wij bieden zorg aan mensen die dat nodig hebben. Er is een dak- en thuislozen inloop, opvang in de vorm van (intern) begeleid wonen en een medische hulppost voor mensen die niet verzekerd zijn.

In onze gemeenschap wonen we samen met zogenoemde tochtgenoten en deelgenoten. Oudezijds 100 vormt een gemeenschap van zeventig mensen, verspreid over tien panden op de Wallen. Samen bidden we twee keer per dag een gemeenschappelijk gebed. We verwachten van onze gemeenschapsleden dat ze minimaal een keer per week bij een kapeldienst zijn en een dagdeel in de week vrijwilligerswerk in de gemeenschap doen.

Onze aanwezigheid op de Wallen is tegelijk ons missionaire karakter. We begeven ons onder
de mensen die hier wonen en werken. We zijn gastvrij en gaan in op (hulp)vragen. Iedereen is welkom als gast, medebewoner of vrijwilliger. Het is helder dat wij een christelijke gemeenschap zijn. In onze gemeenschappelijke woonkamer hangt bijvoorbeeld een kruis en wij bidden rond de maaltijden en in de kapel. Maar er is geen bekeringsdrang.

(meer…)

Lees meer

Kloosterflat_10_Marco_Okhuizen_ca3_113

Niet de droom, maar de mensen liefhebben

Johannes van den Akker is abt van het Kleiklooster in de Amsterdamse Bijlmer.

“Hoe relevant is mijn geloof eigenlijk? Is het alleen iets dat mij verstandelijk helpt de wereld te begrijpen? Zijn barmhartigheid, rechtvaardigheid en gastvrijheid begrippen waarover ik alleen maar praat? Die vragen deden bij mij enkele snaren trillen.

Met een groep christenen uit Amsterdam Zuid- Oost wilden we in onze wijk iets opzetten, maar dat moest niet de 131ste kerk van Amsterdam worden. We wilden present zijn en ons geloof uitleven. Een soort buurthuis waar we beschikbaar zouden zijn voor mensen die daaraan behoefte hadden, daar dachten we aan. Maar hoe voorkom je dat zoiets op de schouders terechtkomt van twee enthousiaste vrijwilligers? En als mijn vrouw en ik veel buitenshuis bezig zouden zijn met geloven, konden we dat dan wel verkopen aan onze kinderen? Zou dat een goed voorbeeld zijn?

Geleidelijk aan ontstond het idee dat we misschien in zo’n soort buurthuis moesten wonen, met anderen. Commitment aan een plek zou het project duurzaam maken. Het idee kreeg verdere invulling toen in de Bijlmer, in Kleiburg, een flat leeg kwam te staan en de appartementen verkocht werden als kluswoningen. Daarmee konden we alle kanten uit. We mochten woningen verbinden en uitbreiden. Zo ontstond Kleiklooster.

(meer…)

Lees meer