Dagelijks tuimelen mensen door het oog van de naald. Je loopt de betonnen trap op. Iets te enthousiast. En helt achterover, maar geen paniek, je grijpt de leuning. Die is net te ver weg. Je knikt verder naar achteren. Er is geen redden meer aan. Je valt. Overal pijn, blauwe plekken en schrammen. Te verbijsterd om te denken lig je beneden, je hoofd op een paar centimeter naast de trapper van een verkeerd gestalde fiets. Vijf centimeter naar rechts en je was er geweest.
Maar ook duizenden keren wordt iemand net niet geraakt door een auto, is er iemand in de buurt voor een heimlich of hervind je je evenwicht. Maar ook duizenden keren per dag komen mensen er minder fortuinlijk vanaf. Kerngezonde lichamen.











