Ruim een jaar geleden interviewde ik abt Rien van de Heuvel, abt van het benedictijnenklooster in Doetinchem. Ik zal hem niet snel vergeten. De kleine, broze man. Maar wat een kracht! Wat een leven diep in hem. Een mens zoals er maar weinig zijn. Een ware benedictijn. Compleet zichzelf, dienstbaar, nederig , maar ook boordevol goede grappen. Altijd een glimlach op zijn gezicht. Het gesprek dat wij hadden was ook zeer ernstig. We spraken over de wereld, over ons dagelijks eten en over het dagelijks eten van 1 miljard mensen die honger lijden. Hij liet zich diep in zijn hart kijken. Ik citeer een fragment uit het interview, omdat ik er vandaag ineens weer aan moest denken.
“Lijden is niet te begrijpen. Als er geen verrijzenis was, als er niets is na dit leven, als hier alles is wat het leven te bieden heeft, dan zouden we leven in een vreselijke werkelijkheid. Maar aan de andere kant, als je in Afrika bent en ziet met wat voor kleine dingen ze daar ontzettend blij kunnen zijn, kunnen feestvieren en iets kunnen klaarmaken met niets en stralen van vreugde als ze je iets kunnen aanbieden, dan kunnen zij ook veel beter genieten dan wij. Maar de zinvraag is vaak heel ver weg. Daar heb ik het vaak moeilijk mee. Toen ik nog een jonge monnik was, waren er periodes dat ik maanden ongevoelig was, omdat ik het lijden niet begreep. Maar er is hoop. De mensen in de slumps hebben een karig bestaan, maar ik houd me vast aan een ding: op de een of andere manier kan God bij ieder mens zijn.”





