Wat een domme tegenstelling. Beste christen: sla linksaf voor een missionair leven, klim in de boom en leef in een hut voor het monastieke. Ga je links, let dan op, je zult je hele leven simpel worden van alle ongelovigen die ‘op je pad komen’ en die je steeds weer het evangelie moet verkondigen. Maar klim je de boom in, dan wacht je een saai leven, met jezelf, een paar broeders of zusters. Niet veel aan, wel veilig. Lekker wachten op dat koninkrijk van God.
Als de EO tegenstellingen maakt, dan ben ik niet te beroerd ze nader in te vullen. Je moet voorafgaand aan de discussie uitgaan van stereotypen, het gesprek zorgt voor de nuance.
In een abdij die moeilijke tijden doormaakte, woonden nog slechts vijf monniken, allen boven de 70; de zaak stond op uitsterven. In zijn nood besloot de abt raad in te winnen van een naburige rabbi. Wellicht kon hij hem adviseren zodat de abdij gered kon worden. De rabbi verwelkomde de abt hartelijk, maar toen deze hem het doel van zijn bezoek had uitgelegd zei de hij: “Ik weet hoe dat is. De Geest is uit de mensen verdwenen. Hier in de stad is het hetzelfde liedje. Er komt haast geen mens meer naar de synagoge.”
En de oude abt en de oude rabbi weenden tezamen. Daarna lazen zij enige paragrafen uit de Tora en spraken zachtjes over diepe dingen. Maar toen de tijd kwam voor de abt om afscheid te nemen herhaalde hij nog eens zijn vraag: “Is er dan werkelijk niets dat u mij zou kunnen zeggen, dat mijn stervende klooster kan redden?” “Nee, het spijt me,” antwoordde de rabbi, “alleen dit misschien: Eén van u is de Messias!”
Mensen doen vaak alsof spiritualiteit en bijvoorbeeld het monnikenleven relaxt is. Lekker in de stilte zijn, mooie liederen zingen, een beetje bidden, nu en dan een goed boek lezen.
Maar het is keihard werken.
De Regel van Benedictus schrijft voor de zomermaanden dit ritme voor: acht uur werken, acht uur bidden, acht uur slapen (het werken en bidden is inclusief pauzes). Dat is dus 16 uur per dag bidden en werken, ora et labora. Maar wat blijkt: monniken zien bidden als hun belangrijkste werkzaamheid, hun levenswerk. Monniken werken dus niet acht uur per dag, maar wel zestien uur. Wat maakt dat ze 96 uur per week werken (dan tel ik de zondag voor het gemak niet mee, maar ook dan staan ze te bidden).
Als je alles met aandacht wilt doen, moet je vooral leren met de een taak te stoppen, je aandacht te verleggen en als het tijd is voor iets nieuws daar meteen mee te beginnen. Dat leerde ik van Wil Derkse, in zijn boek Een levensregel voor beginners.
Om niet gek te worden moet je een goed ritme kiezen en een planning maken. En trouw blijven aan je dagritme en planning. Dat kan door begin- en eindpunt duidelijk te markeren. Voor alles is een tijd. Door niet steeds door te werken maar op tijd te stoppen, haal je haast en druk uit je werk en je hoofd
Over stilte wordt een boel geschreven. De laatste tijd, maar ook in de eeuwen ervoor. Het lijkt een nieuwe ontdekking, maar dat is het niet. Toch is het goed dat het iets nieuws lijkt. De mens van tegenwoordig kickt op nieuwe dingen. Dus vooruit, laat de stilte een nieuwe ontdekking zijn, want ze is belangrijk.
Dat is zo´n cliché van mensen die in hun nopjes zijn met de stilte. Die dat kunnen, stil zijn, en het ook nog eens dagelijks doen. Maar zou het wel echt werken? Is stilte echt zo’n goed ding om te leren.
Abt Christoffer Jamison waagde er een experiment aan. Samen met de BBC liet hij vijf mensen zeer intens kennismaken met de stilte. Ik sta versteld. Vijf mensen met een zeer druk bestaan gaan acht dagen into great silence. Ze enteren de planeet van de monniken.
Aan het begin legt de abt uit waarom het zo belangrijk is, die stilte. Het is vrij eenvoudig, volgens hem. Hij zegt: “De stilte is de weg naar onze ziel en de ziel is de poort naar God.” Dat is zijn beweegreden om levenslang bezig te blijven met de stilte. Voor de deelnemers aan zijn experiment zal dat niet de eerst motivatie zijn. Dat geeft niets. Een ander doel van stilte is reinheid van hart bereiken. Dat wil zeggen: onzuivere motieven onder ogen zien en er iets mee doen. En waarom ik zo versteld stond? Omdat je zult zien, als je de documentaire bekijkt, dat de deelnemers daar al na een paar uur tegenaan lopen.
Een zeer verfrissende serie over de stilte die volgens de abt zo broodnodig is. Want, zegt hij, “drukte is geen ziekte meer, het is een epidemie. Zeer gevaarlijk, want onze ziel sterft als we hem niet elke dag een beetje ruimte geven.”
Ruim een jaar geleden interviewde ik abt Rien van de Heuvel, abt van het benedictijnenklooster in Doetinchem. Ik zal hem niet snel vergeten. De kleine, broze man. Maar wat een kracht! Wat een leven diep in hem. Een mens zoals er maar weinig zijn. Een ware benedictijn. Compleet zichzelf, dienstbaar, nederig , maar ook boordevol goede grappen. Altijd een glimlach op zijn gezicht. Het gesprek dat wij hadden was ook zeer ernstig. We spraken over de wereld, over ons dagelijks eten en over het dagelijks eten van 1 miljard mensen die honger lijden. Hij liet zich diep in zijn hart kijken. Ik citeer een fragment uit het interview, omdat ik er vandaag ineens weer aan moest denken.
“Lijden is niet te begrijpen. Als er geen verrijzenis was, als er niets is na dit leven, als hier alles is wat het leven te bieden heeft, dan zouden we leven in een vreselijke werkelijkheid. Maar aan de andere kant, als je in Afrika bent en ziet met wat voor kleine dingen ze daar ontzettend blij kunnen zijn, kunnen feestvieren en iets kunnen klaarmaken met niets en stralen van vreugde als ze je iets kunnen aanbieden, dan kunnen zij ook veel beter genieten dan wij. Maar de zinvraag is vaak heel ver weg. Daar heb ik het vaak moeilijk mee. Toen ik nog een jonge monnik was, waren er periodes dat ik maanden ongevoelig was, omdat ik het lijden niet begreep. Maar er is hoop. De mensen in de slumps hebben een karig bestaan, maar ik houd me vast aan een ding: op de een of andere manier kan God bij ieder mens zijn.”
Nog een paar maanden en dan ligt mijn tweede boek in de winkel. Nou ja, mijn, ons. Samen met Heleen Dekens schreef ik afgelopen maanden hard aan een boek, al is maken een beter woord dan schrijven in dit geval. Samenstellen, nog beter. We maakten namelijk een gebedenboek met 366 liturgische gebeden. Voor alle ochtenden van het jaar een gebed. Met opening, zingen, psalm, bijbel, stilte, voorbede, een gebed en een zegen. Eind oktober in de winkel. Het wordt een heerlijk boek, voor mooie momenten op de vroege ochtend. Momenten met God, ook als je zelf geen woorden hebt om te bidden. Die woorden, daar zijn wij afgelopen maanden namelijk hard naar op zoek geweest.
Denk je nu, maar hoe ziet dat er dan uit? Daar heeft de uitgever iets moois op bedacht. Je kunt deze week (tot 24 juni) alvast een beetje ruiken aan het concept. Klik op de cover van het boek en je gaat naar de site waar je de proefweek kun bidden.
Goede Vrijdag vind ik een moeilijke dag. Het is zo geladen. Vooral met ‘hij stierf voor mij’ heb ik moeite. Want wat gebeurt er dan precies aan het kruis? Een soort handjeklap met de zonde? En als er betaling nodig is voordat er vergeving is, wat is dat dan voor vergeving? Moeilijk, moeilijk. Deze moeite legde is vorig jaar op Goede Vrijdag voor aan een monnik (van 92) van de Sint Willibrodusabdij. Hieronder een deel van het gesprek.
Ik vind het een moeilijk feest, omdat ik het gevoel heb dat het iets met mij moet doen.
“Je moet dingen niet geïsoleerd zien. Er wordt helemaal niet verwacht dat ik in tranen uitbarst bij deze viering. Daar voel ik ook helemaal niets voor. Het is een herinnering aan wat Jezus heeft gedaan om ons vrij te maken; dat wij verrezen zijn. Op de allereerste plaats vieren we onze eigen verrijzenis. Dat heeft hij met zijn leven betaald. Daar kan je bedroefd over zijn, het is natuurlijk al gruwelijk genoeg, maar je moet vooral dankbaar zijn.”
Wat als dat niet zo is? Er wordt wel gezegd dat ik vrij ben gekocht, maar vrij waarvan?
“Weet je dat niet?”
Eenzaamheid is een ziekte, gebrek en kwaal van deze tijd. Dat hoor ik wel eens. En ik begrijp dat best, eenzaam zijn is ook niet leuk. En tegelijk is het een zegen.
Het monnikendom is ontstaan in de woestijn. Een belangrijke naam is Antonius. Hij werd geboren in het jaar 251. Antonius nam de oproep om Jezus te volgen serieus, verkocht alles en ging in stilte en eenzaamheid in het ‘dorp’ wonen. Maar dat was hem niet radicaal genoeg, dus ruilde hij zijn hutje voor een grot. Voor tientallen jaren.
Ik sprak eens met een ex-kluizenaar, want kluizenaars bestaan ook nu nog (check de site van een Nederlandse kluizenaar hier). De kluizenaar die ik interviewde zei: “Tien jaar ben ik kluizenaar geweest. Ik woonde in een kluis op een berg en ging een keer per week naar beneden voor de mis en dan nam ik meteen eten en drinken mee voor de nieuwe week. De rest van de tijd leefde ik in stilte en eenzaamheid.”
Toen ik ging schrijven over navolging en Benedictus, zag ik al snel een link naar het boek dat ik momenteel lees: Navolging. Hoe kan het ook anders. Dat boek is van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer.
In mijn ogen kan je het leven van een benedictijn en de navolging van Christus niet loskoppelen. Weten waarom ik dat vind? Lees het essay dat ik schreef over Benedictus en Bonhoeffer. Met als titel een citaat uit de Regel van Benedictus: Niets stellen boven Christus.
De broeders van Taizé schreven een mooi portret van Dietrich Bonhoeffer. Dat vind je hier.